11- juliboodschap
Dames en heren,
Beste vrienden
Vlaanderen viert feest:
Gemeentelijke en stedelijke festiviteiten en 1100 buurtfeesten en activiteiten van lokale verenigingen.
De feestcheques van de Vlaamse regering waren eind april allemaal de deur uit.
De vraag is of de Vlamingen nog wel weten waarom we feest vieren.
Gelegenheidstoespraken, die wat duiding zouden kunnen geven, worden door vele officiële instanties tegenwoordig het liefst achter wegen gelaten.
Misschien is men bang voor wat te radicale woorden of uitlatingen die de sfeer zouden kunnen bederven.
Denk bijvoorbeeld aan wat Luc Kortebeeck van het ACV uitkraamde op het feest van Rerum Novarum, kort na de zo genaamde racistische moordpartij in Antwerpen.
Hij zei: " Woorden van haat en extremisme maken Vlaanderen ziek"
Vlaanderen …ziek… dat moet nu niet bepaald gevierd worden.
Ik ben het hiermee uiteraard niet eens.
Dergelijke uitspraken zijn enkel goed om onze identiteit te schaden, ons streven naar autonomie te kelderen en ons de mond te snoeren.
Wellicht kunnen sommige mensen de druk die de hedendaagse globalisering met zich brengt niet meer aan, wellicht zijn er samenlevingproblemen in onze grote steden, maar dit maakt Vlaanderen nog niet ziek.
Vlaanderen is springlevend. "Vlaanderen is een aangename plaats om te vertoeven" zei ambassadeur Anil Sooklal van Zuid-Afrika de dag na de dramatische gebeurtenissen.
" Het zogenaamde onverdraagzaam Vlaanderen stelt meer allochtonen te werk (45 %) dan het zogenaamde tolerante Wallonië (25%)" stond te lezen in Gazet van Antwerpen van 17-2-06.
Het Europese gemiddelde ligt weliswaar 10% hoger.
Vlaanderen, dat springlevend is kan niet bij de pakken blijven zitten.
Samenlevingsproblemen moeten niet onder de mat geveegd worden, maar moeten zonder enige vooringenomenheid opgelost worden en… een aangepast werkgelegenheidsbeleid is hierbij een van de belangrijkste instrumenten.
Ik zeg wel heel uitdrukkelijk een aangepast werkgelegenheidsbeleid, wat wil zeggen dat Vlaanderen en Wallonië ieder hun eigen beleid moeten kunnen voeren, vermits ze ook ieder te kampen hebben met een eigen werkloosheidsproblematiek.
In het Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen kan men vb. lezen dat Wallonië te kampen heeft met een hoge jeugdwerkloosheid, terwijl men het in Vlaanderen, ten opzichte van het Europees gemiddelde, dan weer moeilijk heeft om zijn oudere bevolking aan het werk te houden.
Een ander verschil tussen Vlaanderen en Wallonië ligt hem in de productiviteit.
De loonkosten liggen in Vlaanderen wel 7 procent hoger dan in Wallonië, maar de productiviteit ligt hier dan weer 13 procent hoger. Waardoor de 'loonkosten per eenheid product' in Vlaanderen eigenlijk 5 procent, en in sommige sectoren zelfs 7,5 procent lager uitvallen dan in Wallonië.
Dit laat niet toe dat de lonen in Wallonië naar het zelfde niveau als in Vlaanderen zouden worden opgetrokken en dit laat uiteindelijk ook niet toe dat er gemeenschappelijke CAO's zouden worden afgesloten.
Enkel regionale loononderhandelingen bieden een structurele oplossing.
Niet alleen Sp-a voorzitter Van de Lanotte, maar ook de OEZO (Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling) is van mening dat Vlaanderen en Wallonië dringend een eigen loon en werkgelegenheidsbeleid zouden moeten kunnen voeren.
Dit vooral met het oog op de toekomst en de problemen die op ons afkomen. Een van deze belangrijke problemen is de vergrijzing, die sneller toeneemt in Vlaanderen dan in Wallonië.
Willen we de vergrijzing aankunnen dan moet de werkgelegenheidsgraad naar omhoog.
Maar ook door besparing op de sociale uitgaven zullen de nodige voorzieningen moeten gemaakt worden voor de toekomstige pensioen- en gezondheidsuitgave.
Ook op dit terrein dringt zich een gedifferentieerd beleid op voor Vlaanderen en Wallonië.
Zij stellen immers ieder andere prioriteiten:
- In Vlaanderen is de huisarts veel belangrijker dan in Wallonië.
- In Wallonië staan wijkcentra, gestuurd door ziekenfondsen, centraal.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat:
- In Wallonië vb. rouwen voor een bevalling gemiddeld 2 dagen langer worden gehospitaliseerd dan in Vlaanderen,
- In Wallonië 50 % meer uitgegeven wordt aan preoperatief onderzoek,
- 20% meer aan medische beeldvorming en Klinische biologie,
- 24% meer aan geneesmiddelen, aan antibiotica zelfs 30% meer
- en 28% meer aan dringendheidhonoraria.
Ik wil er mij niet over uitspreken of deze verschillen al dan niet te verrechtvaardigen zijn, maar ik ben er absoluut van overtuigd dat de beschikbare middelen efficiënter zouden worden besteed indien de deelstaten zelf financieel verantwoordelijk zouden zijn voor heel hun gezondheidszorg. Vandaag zijn de gemeenschappen wel verantwoordelijk voor welzijn en de preventieve, de voorkomende gezondheidszorg, maar is het federaal niveau nog steeds verantwoordelijk voor de curatieve, de behandelende gezondheidszorg.
De wereldgezondheidsorganisatie stelt uitdrukkelijk dat de verschillende facetten van het gezondheidsbeleid in één geïntegreerd model thuishoren. Alleen zo sluiten preventieve en curatieve zorg optimaal op elkaar aan. En neen, hier dringt zich geen refederalisering op zoals Min. Demotte droomt, maar het totale gezondheidsbeleid en de hiermee gepaard gaande financiële middelen dienen, gezien de verschillende voorkeuren en uitgavenpatronen te worden overgeheveld naar de deelstaten.
Bovendien is het daarbij ook aangewezen de ziekteverzekering te financieren uit de algemenen middelen (de belastingen )die dan ook door de deelstaten moeten worden geïnd. Dit zou op zijn beurt arbeid goedkoper maken en de werkgelegenheidsgraad verhogen.
Een efficiënt beleid, zowel voor Vlaanderen als voor Wallonië , vraagt dus uiteindelijk de totale splitsing van de sociale zekerheid eveneens als van de fiscaliteit.
Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois is niet voor niets "jaloers" op het fiscale statuut van Baskenland.
De Basken menen dat hun economische successen van de laatste jaren te danken zijn aan hun fiscale autonomie.
Zo bedroeg de economische groei in 2005 3,7 pct.
De werkloosheid daalde in 2005 tot 5,7 pct van de actieve bevolking.
Sociaal-economisch beleid: werkgelegenheid, infrastructuur, migratiebeleid, sociale zekerheid, gezondheid, onderwijs, fiscaliteit, alles past in mekaar of alles blokkeert.
Momenteel heeft men echter de indruk dat in België alles eerder blokkeert.
Niet enkel het B-H-V dossier werd vorig jaar in de koelkast gestopt, maar met zich ook alle andere communautaire dossiers.
Dit status quo is zeker niet de meest efficiënte oplossing en dient in elk geval de overlevingskansen van België niet.
Terwijl de werkgroep "In de Warande" in het manifest voor een zelfstandig Vlaanderen zonder omwegen aandringt op een volledige boedelscheiding tussen Vlaanderen en Wallonië, doen 75 Vlaamse prominenten uit uiteenlopende sectoren in een tweede lentemanifest een hernieuwde oproep voor meer en verregaande bevoegdheden voor de deelstaten.
De tijd voor forse remedies is aangebroken. De komende onderhandelingen over de staatshervorming in 2007 moeten ook daarover gaan. Zoals Ludo Verhoeven van Voka stelt In 'Het Belang van Limburg' (30.05.2006), Ik citeer:
"De complexe verdeling van de bevoegdheden over de verschillende beleidsniveaus maakt goed besturen quasi onmogelijk. Er moet een nieuwe staatshervorming komen en die kan gezien de grote verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië (&) alleen maar eindigen met méér bevoegdheden voor Vlaanderen." Einde citaat.
En Vlaanderen is hiervoor heus niet te klein.
Uit de ("The size of nations") van de economieprofessoren Alesina en Spolaore leren we dat de toekomstperspectieven van een natie niet noodzakelijk recht evenredig zijn met hun grootte of met hun aantal inwoners. Denemarken, Ierland en Luxemburg doen het in Europa, als kleinere landen, absoluut niet slecht, ondermeer omdat ze deel uitmaken van de open Europese markteconomie.
De nadelen van kleinschaligheid worden door open grenzen grotendeels teniet gedaan.
Kleine landen genieten wel de voordelen van grotere homogeniteit. Zij kunnen het stellen met een eenvoudiger overheidsapparaat zonder aan democratie te moeten inboeten.
Volgens Alesina en Spolore gaat economische integratie hand in hand met politieke desintegratie. Deze evolutie is duidelijk merkbaar binnen Europa, waar meer en meer kleine staten deel van uitmaken of deel willen van uitmaken.
De kleine bergstaat Montenegro, met 680 000 inwoners, dat na een succesrijk referendum op 4 juni zijn onafhankelijkheid uitriep, wijst ons hierbij de weg.
Het is wel eigenaardig dat geen Belgisch politicus of politiek correct denkende observator deze gang van zaken in Montenegro heeft bekritiseerd, laat staan in vraag gesteld.
Geen vragen naar de economische leefbaarheid, geen bedenkingen over de culturele, etnische verschraling, geen treurnis om het einde van een sociale solidariteit.
Montenegro laat natuurlijk Servië niet verweesd achter, maar het is ook niet de bedoeling van Vlaanderen om Wallonië in de afgrond te dumpen .
Di Rupo heeft gelijk als hij stelt dat Vlaanderen belang heeft bij een welvarend Wallonië. Voor een land of een deelstaat zijn rijke buren altijd beter dan armere.
Prioriteit geven aan de Vlaamse sociaal-economische problemen is echter ook een fundamentele oplossing geven aan de Waalse ziekte.
De Vlaamse solidariteit was en is al geruime tijd bijzonder groot, het resultaat ervan echter opvallend klein. Zelfs Waalse professoren en politici zoals MR-senaror Alain Destexhe stellen dat de onvoorwaardelijke transvers van Vlaanderen naar Wallonië verlammend werken voor de Waalse economie. Noodzakelijke en verantwoorde transvers moeten transparant en "openbaar" zijn. Ze moet ook uitdovend zijn, want er zijn geen objectieve redenen waarom Wallonië - ondanks de miljardenstroom uit Vlaanderen - op de sukkel zou moeten blijven.
Hierbij moeten Wallonië en Brussel ook beseffen dat er naast een economische solidariteit ook iets als een culturele solidariteit en loyaliteit moet bestaan. Deze moet zich, zoals men in het lentemanifest stelt, vertalen in een versterking van het taalterritorialiteitsprincipe.
- De gewestgrenzen moeten veel meer dan nu het geval is, taalgrens zijn.
- Permanente taalfaciliteiten zijn uit den boze en
- er moet dringend werk gemaakt worden van de splitsing van het kies en gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
Wallonië en Brussel moeten beseffen dat hun gebrek aan respect voor de grenzen van Vlaanderen en voor het Nederlands de onvermijdelijke afbouw van de solidariteit zullen versnellen.
Vlaanderen is helemaal niet hartvochtig. Vlaanderen is helemaal niet onverdraagzaam, in tegendeel.
De Vlaamse economie, al staat ze ook onder druk van een toenemende vergrijzing en concurrentie uit de lage loonlanden, is gezonder dan de Waalse. Dit maakt het ons nog mogelijk hulp te bieden, maar dan wel onder vorm van een springplanksolidariteit en niet onder vorm van een hangmatsolidariteit .
Vlaanderen is ook gastvrij zowel ten opzichte van zijn Zuiderburen als ten opzichte van de nieuwe Vlamingen, die hier samen met ons een betere toekomst willen opbouwen, maar dan moeten ze wel bereid zijn zich onze taal, recht- en waardestelsel eigen te maken.
Hebben we te kampen met samenlevingsproblemen dan zullen ook deze veel gemakkelijker kunnen aangepakt worden op Vlaams niveau, zonder vreemde dictaten of verborgen agenda's zoals deze van huidig senaatsvoorzitster Anne Marie Lizin, die 20 jaar geleden reeds beweerde dat" België zoveel mogelijk vreemdelingen moest importeren met het doel de Vlaamse meerderheid in het land te breken".
Dames en heren, Beste vrienden
In een onafhankelijk Vlaanderen, lidstaat van Europa, zullen we niet meer bestuurd worden door politici waar we zelf nog niet eens kunnen voor stemmen.
Een vrij Vlaanderen zal zelf een eigen en duidelijk inburgeringbeleid kunnen voeren zowel in zijn grensgebied als in zijn grote steden.
Een vrij Vlaanderen zal zich door buitenstaanders als de PS niet meer moeten laten verdelen en zal over de nodige homogeniteit beschikken om een aanvaardbare oplossing te bieden aan de samenlevingsproblemen waarmee we vandaag te kampen hebben.
Een vrij en onafhankelijk Vlaanderen zal zelf alle hefbomen in handen hebben om zich voor te bereiden op de uitdagingen van de toekomst.
Dit Vlaanderen zal ook zelf, zonder enige dwang de nodige solidariteit aan de dag leggen ten opzichte van zijn buren en die gebieden in de wereld waar het een positieve bijdrage kan leveren.
Deze vrijheid was het streefdoel van onze Vlaamse steden in 1302.
Deze vrijheid en rechtvaardigheid is ook vandaag nog steeds ons hoogste doel..
Daarom vieren we samen 11 juli onze Vlaams Nationale feestdag.