175 jaar België

Beste vrienden

Jullie uitnodiging om een voordracht te houden was voor mij een goede gelegenheid om nog eens een bezoekje te brengen aan "het verre Limburg" al zou de Limburgse gemoedelijkheid en gastvrijheid al een reden op zich kunnen zijn. Dit jaar hebben jullie echter nog een extra pluspunt: Men moet hier namelijk nog geen 175 jaar België vieren. Het lot van Limburg is immers pas in 1839 bezegeld en dat het Eindverdrag van 1839 een rede tot feestvieren is betwijfel ik ten zeerste. Het verdrag verdeelt niet enkel Limburg en ook Luxemburg, maar tevens de hele Nederlanden. In plaats van de middelgrote mogendheid, die men op het congres van Wenen van 1815 voor ogen had werden de Nederlanden opgedeeld in 2 kleine staatjes en niet enkel Limburg, maar gans Vlaanderen zou hiervan het slachtoffer worden.

Voor Vlaanderen was 1830 het begin van zwaar economisch verval en grote armoede.
In Gent, destijds het grootste industrieel centrum van Vlaanderen werden voor 1830, door 30 000 goed betaalde arbeiders 7,5 miljoen kilo katoen verwerkt, twee jaar na de onafhankelijkheid was dat nog maar 2 miljoen kilo katoen en verdienden de arbeiders, die nog niet werkloos waren nog maar 30 % van hun loon.
De haven van Antwerpen daalde op twee jaar tijd van 1 028 schepen tot 398 schepen, een economische ramp zonder voorgaande.
Het is niet te verwonderen dat bij de eerste verkiezingen in het jonge België, zowel in Antwerpen als in Gent, de Orangisten de meerderheid behaalden, maar ook toen al werd er geen rekening gehouden met deze verkiezingsuitslag. De revolutionairen zouden hun slag thuishalen en het is deze herdenking waar men dit jaar 12,5 miljoen Euro tegen aan gooit.

Vlaanderen heeft immers niets te vieren. Dit is niet enkel mijn mening, of de mening van de VVB, dat is volgens een opinieonderzoek uitgevoerd door "Le Soir" de mening van 52% van de Vlamingen.
175 jaar België betekent voor Vlaanderen 175 jaar miskenning en vernedering
Uit de eerste talentelling van 1846 blijkt dat er op 4 337 196 Belgen 2 471 248 waren, de grote meerderheid dus, die alleen maar Vlaams spraken en 1 827 141 enkel Frans. Enkele tienduizenden beweerden beide talen te kennen. De eerste Belgische grondwet was echter enkel in het Frans geschreven. Slechts in 1925 werd bij koninklijk besluit een Vlaamse vertaling van de grondwet vastgelegd en een officiële, dus rechtsgeldige Nederlandse tekst van de Belgische grondwet kwam er pas in 1967. Het Nederlands was blijkbaar niet geschikt voor rechtspraak, zoals het volgens een zekere kardinaal Mercier ook niet geschikt was om aan wetenschappen en onderwijs te doen.

Reeds in 1840, 10 jaar na de Belgische onafhankelijkheid, werd een Vlaams "petitionnement" georganiseerd, een eerste eisenprogramma met verzuchtingen over onder meer het gebruik van het Nederlands in de rechtbanken en de ambtenarij, de oprichting van een Vlaamse academie en het invoeren van Nederlandse cursussen aan de rijksuniversiteit van Gent.
In 1911 werden honderdduizend handtekeningen verzameld. Drieduizend universiteitsgediplomeerden en honderden gemeenteraden gaven het verlangen te kennen, dat het voorstel tot de vernederlandsing van de Gentse universiteit "onverwijld" door de kamer zou moeten worden aangenomen, maar helaas, door tal van vertragingsmanoeuvres zou de kwestie van de eigen Vlaamse hogeschool voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog geen oplossing krijgen.
Onverwijld en 40 jaar wachten op de splitsing van B-H-V is dus niets nieuws.
Het was eigenlijk de bedoeling om van België een eentalig Franse staat te maken, in de geest van de tijd 'één taal, één volk, één land".
Dit zou mogelijk geweest zijn, had men zich beperkt tot het Zuidelijke gedeelte, maar dat was niet genoeg. Frankrijk (onrechtstreeks via België) wou zich immers steeds uitbreiden tot aan de Grote Rivieren;.
175 jaar België staat trouwens ook gelijk aan 175 jaar grondroof.. De taalgrens is steeds verschoven van Zuid naar Noord, tot vandaag toe. Denk maar aan de recente FDF-betoging in Linkebeek
Brussel was van de twaalfde eeuw tot 1830 een hoofdzakelijk Nederlandssprekende stad, maar als we niet op onze hoede zijn spelen we vandaag niet enkel Brussel, maar ook een groot stuk van Vlaams Brabant kwijt aan onze Franstalige Zuiderburen.

Daarentegen zijn de geldtransfers volgens Prof. Em. Juul Hannes, in het 175 jarig bestaan van België steeds in omgekeerde richting verlopen, namelijk steeds van Noord naar Zuid.
De Waalse politici en professoren ontkennen dat niet meer. Het zijn enkel onze eigen politici à la Decroo en eigen mediamensen, zoals een Yves Desmet, die nog eens durven beweren dat het mogelijk vroeger, in de tijd dat Vlaanderen armer was dan Wallonië, anders was.
Het is nooit anders geweest om de eenvoudige reden dat de eerste transfers belastingtransfers waren, en dat grondbelastingen, die hoofdzakelijk in Vlaanderen werden geheven, in verhouding veel hoger lagen dan nijverheidsbelastingen, die na de industriële revolutie nooit bij wet aangepast werden aan de enorme groei van de industrie.
Hier in Limburg weet men maar al te goed, dat wij een enorme bijdrage hebben geleverd aan de groei van de Waalse industrie door onze noeste arbeid, maar dat de sociale wetgeving en voorzieningen vroeger lang niet waren wat ze nu zijn. De sociale zekerheid, zoals wij die nu kennen, bestaat pas van na de tweede wereldoorlog en het is juist de sociale zekerheid, samen met de afbetaling van de staatsschuld, die verantwoordelijk is voor het grootste gedeelte van de transfers.
Een egoïstisch argument waarmee de verdedigers van een unitaire sociale zekerheid, zoals oud minister Willockx. soms komen aandraven is: wat als in een nabije toekomst de Vlaams-Waalse geldstroom als gevolg van snellere ontgroening en vergrijzing van Vlaanderen in vergelijking met Wallonië misschien zou omkeren.
Wel, uit de simulatie van de ABAFIM-studie blijkt dat, alleen rekening houdend met de huidige demografische evolutie, de transfer in de sociale zekerheid in het jaar 2030 nog steeds in Noord-Zuidrichting zal verlopen . Een simulatiestudie van Prof. Paul Van Rompuy over de gewestelijke dekkingsgraad van de sociale zekerheid tot 2050 leert dat die in Vlaanderen op dat ogenblik nog steeds groter zal zijn dan in Wallonië.
Het zijn echter niet de "transfers" zeker niet de te verantwoorde transfers, die de belangrijkste reden vormen voor de noodzakelijk splitsing van de sociale zekerheid.
Neen, het is het feit dat Vlaanderen en Wallonië te kampen hebben met verschillende ziektes, verschillende problemen en dat hiervoor verschillende medicamenten, verschillende oplossingen nodig zijn. Dit is onmogelijk binnen één en het zelfde stelsel, waar uiteraard één en het zelfde beleid moet gevoerd worden.
Een eigen sociale zekerheid, maakt de noodzakelijke aanpak van de eigen problemen heel wat gemakkelijker, efficiënter en goedkoper. Nutteloze compensaties voor de andere taalgemeenschap worden overbodig en volledige verantwoordelijkheid voor eigen inkomsten en uitgaven kan er enkel toe leiden dat inkomsten plichtsgetrouw worden geïnd en onnodige uitgaven beperkt worden.
Controle door de ingezetenen wordt gemakkelijker hoe dichter het uitvoerend orgaan bij de burger staat en Vlaanderen en Wallonië zijn beiden heus groot genoeg, voldoen beiden ruim aan de vereiste van het minimum aantal verzekerden, zoals ze beiden trouwens ook groot genoeg zijn om volledig onafhankelijk op eigen benen te staan.
Zowel in Europa als in de VN zou Vlaanderen, net zoals België nu, tot de middelgrote landen behoren.
Heeft Wallonië dan geen nood meer aan Vlaamse solidariteit of zouden wij dan weigeren, nu wij het redelijk goed hebben, beter hebben, hun deze solidariteit te verstrekken?
Neen, helemaal niet. Wat men ook moge beweren, in mijn ogen zijn Vlamingen heel solidaire en verdraagzame mensen, maar ik zie wel ergens een grens tussen verdraagzaamheid en onnozelheid.
Met de transfers die vandaag binnen de Belgische constructie van Vlaanderen naar Wallonië worden overgeheveld bewijzen we noch Vlaanderen, noch Wallonië een dienst.


Niet enkel Vlaanderen verliest hiermee jaarlijks meer dan 10 miljard Euro (6,5 % van zijn eigen BNP), dat het goed zou kunnen investeren in zijn sociale zekerheid, werkgelegenheidsbeleid, zilverfonds, openbaar vervoer en infrastructuur, maar ook de Waalse economie verziekt verder als gevolg van deze oncontroleerbare hangmat-solidariteit.. De Vlaams-Waalse transfers worden immers enkel gebruikt voor consumptie ( sociale uitkeringen) en niet voor broodnodige investeringen in werkgelegenheid.
Eigen verantwoordelijkheid en controleerbare solidariteit van gemeenschap tot gemeenschap op vrijwillige basis kan de noodzakelijke creativiteit enkel bevorderen.
De federale overheid staat, in eigen belang, rechtstreeks overleg tussen beide gemeenschappen niet enkel in de weg, maar vormt in het hedendaags Europa een volledig overbodig, geldverslindend en onnodig tijdrovend overlegorgaan..

Na 175 jaar is het werkelijk genoeg geweest.
Vlaanderen is in ieder geval klaar om op eigen benen te staan.
Zijn we hiervoor klaar voor een referendum over het behoud van België, zoals voorgesteld, maar even gauw weer teruggetrokken door partijvoorzitter Di Rupo?
Ik weet het niet. Onze 2 Vlaams-Nationale politieke partijen, die onafhankelijkheid nastreven deinzen er niet voor terug. Alles hangt natuurlijk af van de gestelde vraag.
Een referendum over een nog abstracter thema dan de zogezegde Europese Grondwet, nml.: het voortbestaan van een land waarover de informatie naar de burgers toe met extreem ongelijke middelen gevoerd wordt lijkt mij momenteel niet direct haalbaar. Als men geen concretere vragen zou stellen moeten Vlamingen en Walen eerst beiden objectief rationeel geïnformeerd worden over de meerwaarde die België ons biedt of juist niet biedt.
We zullen eerst nog aan den lijve moeten ondervinden welke hypotheek België plaatst op onze verdere ontwikkeling, maar inmiddels gaan kostbare tijd en middelen verloren.
In deze zijn het onze Vlaamse politici die hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Zij zijn door ons verkozen om een vooruitziend beleid te voeren.
Zij weten net zo goed als wij dat onze toekomst enkel kan gegarandeerd worden bij middel van volwaardig zelfbestuur. Hier, in Vlaanderen liggen onze troeven.

Het is zeker niet dank zij, maar ondanks 175 jaar België dat we nog een bloeiende Zuid-Nederlandse cultuur in onze contreien hebben en dat kunnen wij misschien wel vieren. Ik moet hier immers een feestrede houden.
We hebben een identiteit en een grondgebied. We hebben instellingen die kunnen dienstdoen als Vlaams Parlement, als Vlaamse Regering, als Vlaamse Administratie.Ons onderwijs is van het beste ter wereld en we hebben een bloeiende economie, verantwoordelijk voor 70% van het Belgisch BNP en 80% van de export, kortom: veel om trots op te zijn.

We hebben alles om een laatste stap te kunnen zetten naar een onafhankelijke staat, lid van de VN om zo een volwaardige erkenning te bekomen en een volwaardig lidmaatschap en rechtstreekse inspraak in Europa te verwerven.
Het internationaal verdragsrecht, waarover we nu reeds beschikken, zal dan ook internationaal erkend worden en zonder problemen kunnen aangewend worden om onafhankelijk, eventueel aan de hand van een referendum, te bepalen welke bevoegdheden we kunnen overdragen aan Europa, wat we in het belang van onze Nederlandse taal en onderwijs, ons havenbedrijf en onze economie, best samen ondernemen met Nederland en welke materies we nog samen met Wallonië willen behandelen.
Wallonië is en blijft immers onze Zuiderbuur. Goed nabuurschap komt allen ten goede
Is Wallonië nog niet klaar voor zijn onafhankelijkheid ( Volgens de Waalse minister van economie hebben zij nog 10 jaar nodig)willen wij hen daar gerust constructief
bij helpen als gelijkwaardige partners eveneens als dat we met Wallonië het statuut van het huidige Brusselse gewest willen onderhandelen. Een Belgische schoonmoeder hebben we hierbij niet nodig. Zij zaait enkel ruzie en verwarring en is met haar steeds meer ingewikkelde structuur, kasteelakkoorden en biechtstoelprocedures de enige echte verantwoordelijke voor de ondermijning van onze democratie.

Goed bestuur vereist een binding tussen kiezers en verkozenen. Waalse ministers in de federale regering zijn geen verantwoording verschuldigd aan de Vlamingen en het zelfde geldt voor de Vlaamse ministers ten opzichte van de Franstalige gemeenschap. Dat is totaal onzindelijk in een democratisch bestuurssysteem en dat kan enkel leiden tot toestanden van frustratie en onrust, waarnaar men goed op weg is.
Alle Vlamingen mogen het eens zijn over iets, denk maar aan het dossier B-H-V. Het volstaat dat één Waalse partijvoorzitter "non" zegt om de Vlaamse consensus tegen te houden. De helft van de Waalse stemmen ( de minderheid in het federale parlement) plus één kunnen immers een voltallige Vlaamse meerderheid blokkeren.
Indien hier bovenop onze Vlaamse politici zo onnozel zouden zijn, in het Forum, een paritaire senaat, bevoegd voor institutionele wetgeving en externe verdragen, te aanvaarden, zouden we ook daar nog eens onze numerieke meerderheid verliezen en zitten we weer bijna helemaal in 1830, met een België bestuurd door de Franstalige minderheid. Deze staatshervorming zou dan wel eens de allerlaatste staatshervorming kunnen zijn. Van onze Vlaamse verzuchtingen, samengevat in de resoluties van het Vlaams parlement kunnen we dan enkel blijven dromen. Franstalig België is immers geen vragende partij naar een nieuwe Communautaire ronde.
Wel ook voor ons zijn er geen staatshervormingen meer nodig.
We streven beter naar een ultieme volwaardige staatsvorming ,die leidt tot een onafhankelijke Waalse en een onafhankelijke Vlaamse staat.
175 jaar is heus genoeg geweest. De cirkel is rond. Laten we er een afscheidsfeestje of misschien een mondigwordingssfeestje van maken en dan beginnen met het ernstige werk een fatsoenlijke boedelscheiding naar Tsjecho-Slowaaks model, waar beide partners ook beter van geworden zijn.


Rita De Bont
19 maart 2005